Een klassieke opvoedstijl
Zoals zovelen dacht ik dat ik wel wist hoe ik kinderen moest opvoeden. Ik had van mijn ouders een klassieke opvoedstijl gehad, waarbij ik straf kreeg voor negatief gedrag en beloond werd voor positief gedrag. Mijn ouders hadden een autoritatieve opvoedstijl. Dat wil zeggen dat er wel regels waren, maar dat daarbij werd uitgelegd waarom deze er zijn. Er was ruimte voor discussie en er werd ook rekening gehouden met de wensen en behoeften van mij en mijn zus. Daarnaast is er een autoritaire opvoedstijl (‘Waarom?’ ‘Omdat ik het zeg!’) en een permissieve opvoedstijl (ouders stellen geen grenzen en het kind krijgt overal zijn zin in). Een autoritatieve opvoedstijl werkt meestal het beste, omdat het kind wel grenzen krijgt, maar er wel ruimte is om zijn eigen grenzen en zelfstandigheid te ontwikkelen. Bij een autoritaire opvoeding gehoorzaamt het kind vaak alleen maar uit angst. Bij een permissieve opvoeding zal het kind zich geen raad weten in de volwassen wereld, omdat het pas dan met grenzen wordt geconfronteerd.
Toch merkte ik al snel dat hetgeen ik deed en geleerd had niet werkte bij getraumatiseerde kinderen. In het begin had ik voortdurend te maken met probleemgedrag. Mijn pleegkind werd overal boos om, weigerde steeds te doen wat ik hem vroeg, had een grote mond, commandeerde me en gooide met spullen. Ik gaf straf voor negatief gedrag. Maar de volgende dag deed hij weer precies hetzelfde. Hij leek niet te leren van de straf. Ik probeerde time-outs, maar als ik hem op de gang zette kwam hij steeds terug naar de woonkamer, wat hij wel een uur volhield. Ik maakte lijstjes met krulletjes, waarmee hij kon sparen voor een beloning. Maar als hij zich een dag voorbeeldig had gedragen, ging hij het op het laatste moment nog even verpesten. Dit had geen enkele zin. Hij leerde er niets van.
Traumasensitief opvoeden
Op een gegeven moment kreeg ik van mijn pleegzorgorganisatie een cursus traumasensitief opvoeden aangeboden. Hier leerde ik waarom dit alles niet werkte en hoe ik een kind met een trauma wel moet opvoeden. Ik leerde hoe de ontwikkeling van de hersenen bij kinderen in zijn werk ging, en hoe traumatische ervaringen uit de vroege jeugd ervoor zorgen dat de hersenen van getraumatiseerde kinderen zich anders ontwikkelen. Straffen en belonen heeft bij deze kinderen niet zoveel zin. Ze hebben al zoveel negatieve ervaringen opgedaan dat straf hen niet meer raakt. Door hun lage zelfbeeld vinden ze soms zelfs dat ze straf verdienen en vertonen ze juist negatief gedrag om straffen uit te lokken. Ook belonen werkt averechts. Het uitblijven van een beloning voelt als straf. Bovendien belemmert het de ontwikkeling van de intrinsieke motivatie. Iets anders is het om het kind de consequenties van zijn eigen gedrag te laten ondervinden. Dit werkt vaak wel goed. De verbinding tussen jou en je kind raakt hierdoor niet geschaad. Straf leg jij als ouder immers zelf op enkel om het kind leed te laten voelen, een consequentie is iets dat gewoon gebeurt. Het kind leert zo om een grens niet te overschrijden. Bij ons zorgde dit inzicht voor een echte doorbraak! Zodra ik stopte met straf geven nam het probleemgedrag vrijwel onmiddellijk af.
Emoties benoemen
Het belangrijkste dat je je getraumatiseerde kind kunt bieden is veiligheid. Deze kinderen hebben zich in het verleden continu onveilig gevoeld, hetgeen zoveel stress voor hen heeft opgeleverd. Hierdoor zijn deze kinderen vaak ook hyperalert. Getraumatiseerde kinderen worden vaak overspoeld door hun emoties, die ze vaak niet herkennen, niet kunnen benoemen, en al helemaal niet onder controle kunnen houden. Ook hulp op dit vlak is essentieel. We kunnen kinderen helpen door hun emoties te benoemen.
- Je bent boos hé, dat mama zonder af te bellen niet op bezoek kwam?
- Ben jij misschien verdrietig omdat je vriendin toch liever met iemand anders gaat spelen?
- Zou het kunnen dat je nu zo boos doet tegen mij omdat je zo bang bent voor de tandarts waar we vanmiddag naartoe gaan?
Ik leerde om niet meer boos te worden of straf te geven als er weer een schoen door de woonkamer vliegt. Het is voldoende om te vertellen dat dit gevaarlijk is omdat hierdoor iets kapot kan gaan en te vertellen dat ik daarom de schoenen even wegzet. Het belangrijkste wat we kunnen doen is rustig en kalm blijven. Hierdoor voelt het kind zich niet bedreigd, en wordt het zelf sneller weer kalm. Een kind spiegelt immers alles wat wij doen. Hoe meer ik hierover nadenk, des te logischer het klinkt. Want hoe kan een kind nu leren om niet te schreeuwen als volwassenen zelf steeds hun stem tegen hen verheffen?
Veel kinderen herkennen hun eigen emoties niet, omdat ze dit nooit geleerd hebben. Getraumatiseerde kinderen hebben misschien ouders die zich zelf ook niet goed uit kunnen drukken. Als je de emoties van het kind steeds blijft benoemen, geef je hen een woordenschat en kun je ze op een gegeven moment vragen om met woorden te vertellen waar ze zo boos over zijn. Bij volwassenen geldt ook dat ze hun emoties beter onder controle hebben als ze zich beter kunnen uitdrukken. Voor een kind is dat niet anders. Verder moeten we het kind helpen om het probleemgedrag dat ze vertonen en de link met de emotie die hierachter zit te begrijpen. Pas wanneer een kind dit begrijpt is het in staat om zijn gedrag aan te passen. Ook om die reden is het van belang dat de kinderen de consequenties van hun gedrag ondervinden. Dit geeft immers een prikkel om hun gedrag aan te passen.
De verbinding met je kind aangaan
Bij dit alles is eveneens van essentieel belang dat wij de verbinding met ons kind aangaan en ontwikkelen en deze blijven onderhouden en herstellen wanneer dit nodig is. Veel getraumatiseerde kinderen hebben geen of weinig ervaring met gezonde en stabiele relaties in hun leven, waardoor zij vaak onzekere hechtingsrelaties hebben met anderen. Zij hebben het dus nodig om zich te hechten aan een opvoeder met wie zij een stabiele relatie hebben. Wij hebben hierin een voorbeeldfunctie. Bovendien zal een kind hierdoor beter gaan gehoorzamen omdat het vertrouwen krijgt in jou als opvoeder, het graag met je mee wil werken en het zelf de verbinding met jou niet wil verbreken (hoewel een getraumatiseerd kind je zo nu en dan nog wel zal testen).

Bovendien helpen we ons kind door het te laten praten over zijn trauma en het in te laten zien dat het niet zijn schuld is wat hem overkomen is. Het kind leert zo zijn traumatische ervaringen te relativeren en een plek te geven. De omgeving zal niet altijd positief reageren op het gedrag van het kind. We kunnen het helpen door voor het kind op te komen en in voorkomende gevallen de situatie uit te leggen.
Zorg goed voor jezelf
Tot slot (maar volgens mijn cursusleidster het allerbelangrijkst) is het van belang om als opvoeder van een getraumatiseerd kind goed voor jezelf te zorgen. Traumasensitief opvoeden zal absoluut zijn vruchten afwerpen, maar kan soms zwaar zijn en het vergt vaak een lange adem. Zorg dus voor een goed netwerk dat voor deze manier van opvoeden openstaat, voldoende rust en afleiding, doe regelmatig iets leuks voor jezelf, eet gezond, slaap genoeg en wees actief.
Als wij onze getraumatiseerde kinderen op deze manier opvoeden dan komen ze tot rust, kunnen ze hun stress verwerken en zullen hun hersenen zich op een gezonde manier ontwikkelen. Zo zal de prefrontale cortex zich zodanig ontwikkelen, dat ze vanzelf leren hun emoties onder controle te houden en empathisch te reageren naar anderen toe, zodat het probleemgedrag vanzelf zal afnemen.
Bezwaren?
Nu hoor ik tegen deze manier van opvoeden nog wel eens bezwaren. Het zou allemaal veel te soft zijn. Een kind zou straf nodig hebben omdat het anders nooit zal leren wat wel en niet kan. Het kind gaat over je heen lopen. Een kind heeft grenzen nodig. Op deze manier wordt een kind beloond met aandacht voor negatief gedrag. Je verwent je kind teveel. Door steeds stil te staan bij iedere emotie kweek je watjes die niet opgewassen zouden zijn tegen de harde buitenwereld. Je kent er vast zelf ook nog wel een paar.
Ik zie dit anders, want het een sluit het ander namelijk niet uit. Ook als je traumasensitief opvoedt stel je grenzen, alleen handhaar je deze op een manier die bij het kind past. Je leert je kind dat weliswaar alle gevoelens zijn toegestaan, maar niet elk gedrag. Het kind krijgt inderdaad veel aandacht, maar dit is niet schadelijk, want het is positieve aandacht. Een kind met een traumatisch verleden heeft vaak te maken gehad met een chronisch tekort aan aandacht of alleen maar negatieve aandacht. Een tegenwicht hiertegen is hard nodig. Een mens kan nooit genoeg liefde en aandacht krijgen. Hierdoor kweek je gezonde en stabiele volwassenen. Je verwent je kind niet, maar je geeft het wat het nodig heeft. Een verwend kind is nooit tevreden en vraagt steeds meer van je. Een kind dat krijgt wat het nodig heeft verandert juist in een tevreden kind. En door je kind te leren om emoties te herkennen en te benoemen leert het zijn emoties onder controle te houden. Het zijn juist de mensen die sociaal-emotioneel zwak zijn die zich moeilijker redden in de maatschappij[1].
En mocht je denken: “dat klinkt allemaal interessant, maar mijn kind heeft geen trauma en daarom is dit niet op ons van toepassing”; ik geloof dat deze manier van opvoeden uiteindelijk voor ieder kind goed is, alleen bij getraumatiseerde kinderen heb je eigenlijk geen andere keuze. Het enige specifiek van toepassing op getraumatiseerde kinderen is het gedeelte waarin wordt uitgegaan van ervaringen als vroegkinderlijke trauma’s, mishandeling en verwaarlozing als oorzaak voor het gedrag van de kinderen. Voor ieder kind is het echter opbouwend om negatief gedrag te zien als symptoom voor een onderliggende oorzaak. Mocht je dit een interessante gedachtengang vinden dan zou je eens een boek als Temperamentvolle kinderen of How2Talk2Kids kunnen lezen (zie bronvermelding). Deze boeken zijn in het geheel niet gericht op getraumatiseerde kinderen, maar ik heb er desondanks ontzettend veel tips uit kunnen halen die ook voor getraumatiseerde kinderen heel goed werken. Dat komt omdat ook in deze boeken wordt aangeraden om te focussen op de oorzaak achter het gedrag van het kind.
Bronvermelding
- moeders.nu
- Leony Coppens & Carina van Kregten, Zorgen voor getraumatiseerde kinderen: een training voor opvoeders”, Bohn Stafleu van Loghum , Houten (2012)
- Eva Bronsveld, Temperamentvolle kinderen, Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen (2016, zevende druk)
- Adele Faber & Elaine Mazlish, How2Talk2Kids, How2talk2kids, Aalsmeer (2014, zevende druk)
- Femke van Roozendaal, Domino-effect van onveilige hechting, geraadpleegd via kiind.nl, gepubliceerd op 16 december 2016
[1]Zie bijvoorbeeld de opmerking “In gevangenissen vind je veel grotere percentages mensen met een hechtingsproblematiek dan in de gewone maatschappij” uit Domino-effect van onveilige hechting van Femke van Roozendaal.