Onze hersenen bestaan uit een aantal lagen. De bovenste laag is de neocortex of het menselijk brein. Wanneer we deze laag gebruiken zijn we in staat om rationeel te redeneren en om informatie te verwerken.
Daaronder ligt het zoogdierenbrein. Deze is verantwoordelijk voor processen die onbewust plaatsvinden, zoals het regelen van onze emoties en het zoeken naar verbindingen en relaties.
Helemaal onderaan in de hersenstam ligt ons reptielenbrein. Hierin worden onze primaire instincten geregeld. Deze is van belang om te overleven in situaties waarin we razendsnel moeten beslissen.
Ons reptielenbrein is verantwoordelijk voor de basale functies en aangeboren reacties en impulsen. Bij gevaar zullen wij bijvoorbeeld instinctief reageren door te vechten, te vluchten of te bevriezen. Pleegkinderen hebben door de verontrustende opvoedsituatie waar zij in hebben gezeten of door traumatische ervaringen vaak last van stress. Uiteraard geldt dit niet uitsluitend voor pleegkinderen. Deze stress zorgt ervoor dat deze kinderen snel ‘in hun reptielenbrein schieten’, door een relatief kleine aanleiding. Hun lagere hersendelen nemen het volledig van hen over en het kind is niet meer in staat om rationeel te denken. Het kind kan bijvoorbeeld heel angstig worden, hard gaan huilen, een woedeuitbarsting krijgen of hysterisch reageren op een klein schrammetje. Ook kunnen ze gedrag vertonen dat wij als dwingend ervaren, bijvoorbeeld een deur die per sé dicht moet of dat we mee moeten naar het toilet.
Dergelijk gedrag wordt door buitenstaanders vaak uitgelegd als agressief, dwingend, manipulatief, dwars of overdreven. Het kind heeft echter vooral last van stress en angst. Er is op dat moment geen verbinding met de bovenste hersenlagen en van rationeel denken of emotieregulatie is geen sprake. Straf geven of het kind streng toespreken heeft dan ook geen enkele zin. Het kind heeft dit gedrag niet onder controle. Een andere valkuil is om ons eigen reptielenbrein de controle over te laten nemen. Betrap je jezelf hier vaak op, ga dan voor jezelf na waar je eigen gevoelige plek ligt en vraag hier eventueel (professionele) hulp voor. Anders dan bij kinderen zijn bij volwassenen (onder normale omstandigheden) de hersenverbindingen compleet en zullen wij over het algemeen in staat zijn onze emoties onder controle te houden. De ontwikkeling van de prefrontale cortex, die onder andere verantwoordelijk is voor emotieregulatie, is pas voltooid rond ons 25e levensjaar.
Wat wel helpt is om een rots in de branding te blijven onder alle omstandigheden. Een kalme volwassene is het enige dat het kind kan helpen de stress te boven te komen en weer rustig te worden. Het kind heeft zijn emoties en gedrag niet onder controle, en daarom moeten wij dit voor hem doen. Als het kind de neiging heeft fysiek agressief te worden, houd dan slaan en schoppen (voorzichtig) tegen en neem dure of gevaarlijke voorwerpen weg. Blijf onder de ooghoogte van het kind, zodat deze je niet als bedreiging ervaart en probeer het te kalmeren en de verbinding te herstellen. Geef geen straf, later eventuele schade laten herstellen (opruimen, schoonmaken, etc.) kan wel. Op deze manier zullen de verbindingen in de hersenen herstellen en zich verder ontwikkelen, en zal dergelijk gedrag in de loop der tijd vanzelf afnemen. Dit vergt soms een lange adem, dus houd vooral vol.
Verder lezen? Een erg goed boek is “Het hele brein, het hele kind” van Daniel J. Siegel en Tina Payne Bryson, Scriptum (2015). Een goed boek, specifiek gericht op de opvoeding van pleegkinderen is “Een (h)echte uitdaging” van Inge Vandeweege, Aurora training Uitgeverij (2018).