Ik kan zonder God ook wel een goed mens zijn

Kruis Opwekking

Is dat zo? Er zijn toch veel mensen die zeggen niet te geloven, maar toch veel goede dingen doen? Anderzijds zijn er ook veel mensen die wel geloven, maar toch vaak zondigen. Dus zouden we God niet nodig hebben, is de conclusie volgens sommigen.

Paulus zegt hierover het volgende:
“Hoewel er veel volken zijn die de geschreven wet van God niet hebben, doen die van nature toch wat God wil. Daaruit blijkt dat zij weten wat goed en kwaad is. De wet van God staat in hun hart geschreven. Hun geweten vertelt hun wat zij moeten doen: hun gedachten klagen hen de ene keer aan en spreken hen de andere keer vrij.” (Romeinen 2:14-15 HTB).

Dit geweten hebben wij allemaal. Misschien verschilt het per persoon in hoeverre wij hiernaar luisteren en naar leven, maar wij allen zijn geschapen met een geweten. Ongeacht of we wel of niet geloven, ongeacht of we christen zijn of een ander geloof hebben, of er misschien zelf eentje bedacht hebben, we weten allemaal dat het verkeerd is om te liegen, te stelen, te moorden, te pesten, etc. En of je nu gelooft of niet, God heeft ons met dit geweten geschapen. Zonder God kun je het dus niet. Je hebt God nodig om het juiste te doen.

Maar daarnaast moeten we ons nog een andere vraag stellen. Want maakt de optelsom van goede daden je tot een goed of slecht mens? Natuurlijk kunnen wij allen goede dingen doen en doen de meesten van ons dit ook zoveel mogelijk. Maar vaak kijken wij hierbij naar onze eigen kring van mensen die een rustig leven leiden en het niet nodig hebben om ernstige zonden te begaan als stelen en moorden. Maar het feit dat wij dit in ons leven niet doen, betekent niet dat wij dit onder geen enkele omstandigheid zouden doen. Wat zou je bijvoorbeeld doen als er oorlog uitbreekt, je in een hongersnood terecht zou komen of als je eigen kind vermoord wordt? Zou het dan anders kunnen zijn? En als iemand uitzonderlijk goede daden doet, is dit dan zijn eigen verdienste, of is deze persoon misschien gestuurd door de omstandigheden of door God?

Bovendien houden wij mensen er een hiërarchie van goede en slechte daden op na. Moord vinden we verschrikkelijk, maar een leugentje om bestwil mag best. Een gewapende overval plegen kan echt niet, maar iets onaardigs zeggen tegen iemand die ook niet aardig is tegen ons, dat heeft deze persoon toch over zichzelf afgeroepen, nietwaar? Of we vergelijken onszelf graag met de echte slechteriken om er zelf beter uit te komen. Uiteraard zijn de gevolgen van de ene daad een stuk ernstiger dan van de ander, maar God vraagt echt van ons om kritisch naar ons eigen gedrag blijven kijken, ook – of misschien juist – als we denken dat het met onze eigen slechte daden nog wel meevalt. Mensen hebben de neiging om slechte dingen van zichzelf te bagatelliseren of goed te praten, maar die van anderen uit te vergroten. Ze zijn geneigd om de zwakheden van anderen uit te vergroten op punten waar zij zelf toevallig wat sterker zijn, zonder bij hun eigen zwakheden stil te staan. Want ja, misschien heb je net onder werktijd wel wat leuke dingetjes voor jezelf op internet gekocht, maar hé, je roddelt tenminste niet over je collega’s. Trouwens, je zou toch al meer salaris moeten krijgen dan je nu ontvangt. En je hebt net het teveel ontvangen wisselgeld in je eigen zak gestoken, maar je kijkt tenminste niet naar de buurman terwijl je getrouwd bent. Tja, had de caissière maar wat beter op moeten letten. Herkenbaar?

Maar Jezus is duidelijk in de Bergrede. Kleine zonden leiden gemakkelijk tot grote zonden. Hij zegt bijvoorbeeld: “Jullie hebben gehoord dat destijds tegen het volk is gezegd: “Pleeg geen moord. Wie moordt, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht.” En ik zeg zelfs: ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster tekeergaat, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht. Wie tegen hen “Nietsnut!” zegt, zal zich moeten verantwoorden voor het Sanhedrin. Wie “Dwaas!” zegt, zal voor het vuur van de Gehenna komen te staan.” (Mattheüs 5:21-22) en: “Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Pleeg geen overspel.” En ik zeg zelfs: iedereen die naar een vrouw kijkt en haar begeert, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd.” (Mattheüs 5:27-28). Zie, God kijkt in de eerste plaats naar je hart, en niet alleen naar wat je allemaal doet. En Jezus roept ons bovendien op om niet over het gedrag van anderen te oordelen. Niet voor niets vraagt Hij ons waarom we naar de splinter in het oog van de ander kijken, terwijl we de balk in ons eigen oog niet opmerken en dat we eerste de balk uit ons eigen oog maar moeten verwijderen (Mattheüs 7:3-5).

Hoe moeilijk het dus ook is voor ons mensen om te begrijpen, onze daden maken ons niet tot een goed mens. Want we doen altijd wel iets verkeerd dat dit alles weer teniet doet. We kunnen beter erkennen dat onze eigen wil van nature niet het goede teweeg brengt (Galaten 5:19-21). Persoonlijk vind ik dit een prachtige waarheid van het christendom. Toen ik dit voor het eerst las, nog voordat ik gekozen had voor een leven met Jezus, wist ik dat het waar was. Natuurlijk, het is confronterend om te lezen dat we van nature niet zo’n goed mens zijn als we zelf willen geloven. Ja, wij maken fouten, we zijn niet perfect, daar zijn we mens voor. Alleen is het niet goed om dit als excuus te gebruiken om te blijven zondigen. Sommige mensen ervaren dit als ontmoedigend omdat ze nooit aan die standaard kunnen voldoen, maar ik ervaar deze waarheid juist als enorm bemoedigend. Want, ik ben op eigen kracht niet beter dan iemand die de wet overtreedt, misschien omdat hij minder kansen heeft gekregen in het leven dan ik. En ook, iemand die naar wereldse maatstaven enorm succesvol is, is niet beter dan ik. Voor God is dit alles van ondergeschikt belang. Wij zijn allemaal even geliefd en belangrijk, ook jij en ik. God ziet twee soorten mensen: degenen die op Hem vertrouwen en degenen die dit niet doen. Dus ongeacht onze daden, uiteindelijk kunnen wij alleen goed zijn met behulp van God. Dit blijkt al uit het Oude Testament, want wat was de reden dat Abraham als rechtvaardig werd beschouwd door God? Juist, hij geloofde het woord van God (Genesis 15:6). Net als voor Abraham geldt dit dus ook voor ons. Laten we dus op God vertrouwen, en niet op onszelf.

Plaats een reactie