Hoe we ons kind helpen een gezond ego te ontwikkelen

Arrogantie
Bron: Pixabay

Onlangs las ik een artikel[1], waarin wordt gewaarschuwd je kinderen niet teveel op een voetstuk te plaatsen. Anders zou je kind wel eens narcistische trekken kunnen gaan ontwikkelen. Dit artikel zet mij aan het denken over de manier waarop wij met onze kinderen omgaan.

Over aandacht, liefde en curling ouders – hoe voeden wij onze kinderen op?
Narcistische trekken zijn onder andere voortdurend bewonderd willen worden, meer ‘bijzonder’ willen zijn dan anderen, verslaafd zijn aan aandacht, gebrek aan empathie, gebrek aan berouw of schuldgevoelens, etc.[2]. Dat zijn niet de eigenschappen waarvan wij willen dat onze kinderen deze gaan ontwikkelen. Aan de vraag of kinderen een narcistische persoonlijkheid kunnen ontwikkelen als ze voortdurend worden bewonderd brand ik mijn vingers niet. Wel geloof ik dat er waarheid schuilt in de waarschuwing dit niet teveel te doen. Wij willen geen kinderen die last hebben van onzekerheid en die zich voortdurend minderwaardig voelen ten opzichte van anderen. Maar we willen ook geen kinderen die denken dat zij altijd in het middelpunt van de belangstelling moeten staan. Overigens vinden deze twee schijntegenstellingen hun oorsprong in hetzelfde probleem, maar daarover later meer.

Ik schrijf veel over getraumatiseerde kinderen en hoezeer zij het nodig hebben om te horen hoe geliefd en waardevol ze zijn. Maar kan dit dan teveel worden? Kweken we met deze houding narcistische kinderen? Ik denk van niet. We moeten namelijk onderscheid maken tussen liefde en aandacht voor hun behoeften enerzijds, en het stellen van grenzen en het ondervinden van de consequenties van je gedrag anderzijds. Deze twee kunnen en moeten naast elkaar bestaan. Het is belangrijk dat wij onze kinderen leren dat ze geliefd en waardevol zijn, en wel even waardevol als ieder ander, zeker als het gaat om kinderen die ten diepste heel slecht over zichzelf denken. Maar dat is iets anders dan je kind voortdurend op een voetstuk plaatsen. Je leert je kind dan namelijk dat het waardevoller, beter, slimmer of mooier is dan anderen. Een dergelijk zelfbeeld is gevaarlijk omdat het ten koste gaat van anderen en omdat het kind voortdurend de druk voelt om uit te blinken. Je kind kan in jouw ogen niets verkeerd doen, maar het kind wordt vroeg of laat ingehaald door de realiteit. Want het zal de consequenties ondervinden als het gecorrigeerd wordt door leerkrachten en vrienden, en later door werkgevers en autoriteiten. De ouders zullen zich misschien ontpoppen als curling ouders, ouders die alle obstakels op het pad van hun kinderen wegvegen[3]. Ze sussen ruzies met vriendjes nog voordat ze goed en wel begonnen zijn, nemen lastige werkjes uit handen van hun kind en gaan op hoge poten naar de leerkracht als deze boos is geworden op hun kind. Maar het kind leert zo niet zijn eigen probleemoplossend vermogen aan te spreken en te ontwikkelen, krijgt niet de kans om fouten te maken en ze weer op te lossen en is geneigd altijd de schuld bij anderen te leggen als er iets misgaat. En als je kind volwassen is geworden ben je er als ouder niet meer om alle moeilijkheden weg te nemen, maar dan moet het kind nog gaan leren hier zelf mee om te gaan. Daarom is het belangrijk om wel grenzen te stellen en je kind zelf te laten ondervinden wat het betekent om deze grenzen te overschrijden.

Onzekerheid en zelfvertrouwen
Maar goed, dat zelfvertrouwen dus. De meeste ouders zijn welwillend en zetten hun kind zo in het middelpunt van de belangstelling omdat ze willen dat hun kind zelfvertrouwen ontwikkelt. Als hun kind voortdurend te horen krijgt hoe geweldig het is, dan zal het zich vanzelf goed gaan voelen over zichzelf, is de achterliggende gedachte. Op zich een nobel streven, maar het kind leert zo dat het alleen beter kan worden als anderen dus minder goed zijn. Dit kan leiden tot competitiedrift en het neerhalen van anderen om je zelf beter te voelen. Dat heeft volgens mij niets te maken met zelfvertrouwen, maar vooral met trots.

Wij mensen hebben last van ons ego, want het is zo gevoelig. Wij merken onze lichaamsdelen pas op wanneer er iets mis mee is. Ik heb nog nooit iemand horen zeggen hoe fantastisch zijn oren het vandaag deden. Maar ons ego vraagt voortdurend aandacht. En hoe meer last we ervan hebben, des te moeilijker kunnen wij ons in een ander verplaatsen, des te sneller reageren wij gepikeerd of maken we ruzie als een ander iets doet wat we niet leuk vinden, en des te minder zijn we geneigd onze eigen fouten en zwakheden toe te geven en ervan te leren[4]. Een pijnlijk ego is als een ballon die opgeblazen kan worden en leeg kan lopen. Een trots en arrogant persoon is iemand wiens ego te hard is opgeblazen met het gevaar om leeg te lopen. Een onzeker persoon is iemand wiens ego al is leeggelopen[5]. Het zijn dus geen tegenstellingen, zoals veel mensen lijken te denken, maar twee verschillende verschijningsvormen van hetzelfde probleem, namelijk voortdurend bezig zijn met wat anderen van je denken. Het boek Spreuken waarschuwt ons voor de gevaren van hoogmoed. Jezelf op een voetstuk plaatsen betekent neerkijken op anderen (Spreuken 30:13), kwaad worden over de fouten van anderen (Spreuken 19:11-12) en uiteindelijk ellende en vernietiging (Spreuken 16:18), want trots maakt je blind voor je eigen fouten en je eigen aandeel in wat er mis is gegaan. Jezus daarentegen had helemaal geen last van Zijn ego. Hij was nederig, vergaf mensen hun fouten, voelde Zich nooit te goed om met wie dan ook om te gaan, werd niet boos als Hij vernederd werd en diende anderen. Maar was hij dus een onzeker muurbloempje? Nee hoor, Hij wist precies wie Hij was en waar Hij voor stond, en sprak hierover met iedereen, zonder angst voor wat anderen van Hem dachten.

Wat wij onze kinderen zouden moeten leren
Het wordt dus tijd voor een verandering in ons denken. De westerse wereld legt veel nadruk op zelfvertrouwen en wij willen dat onze kinderen ook zo worden. Het is goed om onze kinderen te leren dat ze niet onzeker over zichzelf hoeven te zijn, zolang dit betekent dat ze niet bang hoeven zijn om te doen waar ze goed in zijn en dat het niets uitmaakt dat er mensen zijn die het maar niks vinden wat ze doen. Ze mogen ook weten waar ze goed in zijn. Dit zou ik in wereldse termen gezond zelfvertrouwen noemen en het komt overeen met wat God voor ons wil. Maar we moeten stoppen zelfvertrouwen te verwarren met trots en arrogantie, want dat leidt alleen maar tot problemen. Trotse kinderen worden trotse volwassenen, die niet kritisch naar hun eigen gedrag kunnen kijken en dus niet leren van hun fouten en die anderen als minderwaardig behandelen.

Om nog even terug te komen op een traumasensitieve opvoeding, je kind overladen met liefde en steeds rekening houden met de behoefte achter zijn gedrag is niet in strijd met wat ik hierboven schrijf. God overlaadt ons namelijk allen met liefde, en het maakt ons niet trots of verwend. En waarom niet? Omdat God van ons allen evenveel houdt. Hij houdt er geen favorieten op na. Zijn liefde staat niet in relatie tot ons gedrag, dus niemand kan zich daarop laten voorstaan. Hij geeft ons enkel wat wij allen broodnodig hebben. Net zo mogen wij onvoorwaardelijk van onze kinderen houden, ongeacht hoe zij zich gedragen. Ook houdt God rekening met de behoefte achter ons gedrag. Hij kijkt naar onze hartsgesteldheid. Hij leert ons dat ons gedrag consequenties heeft en dat wij niet alles kunnen hebben wat wij maar willen. Maar Hij houdt wel rekening met de reden dat we ons gedragen zoals we doen, want Hij wil samen met ons werken aan het gedrag dat wij vertonen en onze intrinsieke motivatie voor goed gedrag helpen ontwikkelen. Zo mogen wij dit ook doen met onze kinderen. We leren hen te herkennen waarom ze zich verkeerd gedragen en geven hen tools om hier beter mee om te leren gaan. Al hun behoeften worden vervuld, maar niet al hun wensen. We mogen en moeten wel grenzen stellen en moeten de consequenties van verkeerd gedrag niet van hun pad wegnemen.

Dus wil je je kind daadwerkelijk helpen een gezond ego te ontwikkelen, leer het dan wel dat het net zo waardevol is als ieder ander en dat het talenten heeft en dingen kan. Leer je kind om niet bezig te zijn met wat anderen van hem denken, maar alleen met wat God van hem denkt en met hem wil. Als je kind voortdurend bezig is met wat anderen van hem denken, dan is het steeds bezig met bewonderd worden of zich ongelukkig voelen omdat dit in zijn ogen niet of onvoldoende gebeurt. Breng je kind zelfreflecterend vermogen bij. Net als God houden wij onvoorwaardelijk van ons kind, ongeacht wat het allemaal wel of niet doet. Maar we houden ook genoeg van ons kind om het zich te laten ontwikkelen. Je kind is al goed maar mag wel groeien in zijn wijsheid en daarvoor heeft het nodig zijn fouten te zien, hiervan te leren en te weten dat fouten maken niet erg is. Dat is de liefde die God voor ogen heeft.

[1] Het artikel was gebaseerd op het boek ‘Bewonder mij!’ van ontwikkelingspsycholoog Eddie Brummelman
[2] https://www.psyq.nl/persoonlijkheidsstoornis/narcistische-persoonlijkheidsstoornis
[3] https://www.oudersenzo.nl/curling-ouders/
[4] zie Tim en Kathy Keller, Spreukendagboek, Uitgeverij van Wijnen, Franeker 2017, p. 146-149
[5] Tim Keller, Bevrijd van je zelf, Uitgeverij van Wijnen, Franeker 2012, p. 11-17

Plaats een reactie