Buitenschoolse opvang

Buitenschoolse opvang
Bron: Pixabay

Sinds een tijdje heb ik naast mijn werk aan huis weer een baan in loondienst. Mijn kind was daar op zijn zachtst gezegd niet zo blij mee, want dit betekende dat hij weer naar de naschoolse opvang moest. Bij de opvang had hij het altijd ontzettend naar zijn zin, veel speelgoed, structuur en altijd leuke kinderen om mee te spelen. Een jaar geleden stopte hij met de opvang, en was hij voortaan iedere middag thuis. In plaats van lekker de hele middag spelen met leeftijdsgenootjes betekende dit voortaan iedere middag vervelen, om snoep zeuren en wachten totdat het tv-tijd was. Zichzelf vermaken kan hij erg slecht, en verveling zorgt er bij hem helemaal niet voor dat hij iets creatiefs gaat doen. En toch hoopte hij dat ik die baan niet zou krijgen, omdat hij dan weer terug naar de opvang moest?

Toch is dit allemaal best begrijpelijk. Dit is weer een nieuwe overgang, iets waar hij toch al moeite mee heeft. Daarbij, op school moet hij nogal veel. Er wordt veel van hem gevraagd en dit kost energie. Hij is onzeker en wil graag iedereen pleasen, of het nu de juf is met de rekensommetjes of de klasgenoten die anders misschien wel niet met hem willen spelen. En daarna moet hij naar de opvang, met al die prikkels en drukke kinderen, de leidsters die steeds wisselen, waar hij niet kan doen wat hij thuis het liefste doet en waar alleen maar fruit en crackers zijn. En met die kinderen wil hij graag spelen, maar tegelijkertijd is hij zo bang dat ze hem niet leuk vinden. Dus gedraagt hij zich voortdurend sociaal wenselijk. En dat kost energie.

Thuis ploft hij na school meteen op de bank, neemt de iPad en vraagt of hij wat mag eten. En dat wordt dan lekkere soep, die krijgt hij bij de opvang niet. Ondertussen kijkt hij een filmpje op YouTube, dat kan ook niet op de opvang. En als hij daarna ondersteboven op de bank gaat hangen in zijn onderbroek dan is er niemand die daar vreemd van opkijkt. Wat heerlijk ontspannend dat hij nu weer lekker zichzelf kan zijn. Ik begrijp het eigenlijk best goed. Als ik ’s avonds thuiskom na mijn werk dan vind ik het ook vermoeiend om nog van alles te moeten. Ik wil dan het liefst lekker op de bank terwijl ik met niemand rekening hoef te houden en niemand hoef te vermaken.

Maar zou het dus ook beter zijn voor hem om thuis te blijven in de middagen? Nou, dat denk ik ook weer niet. Want op de opvang is de structuur met verschillende leidsters en tientallen kinderen veel strakker dan ik hem thuis in mijn eentje bieden kan. Hij leert dat de leidsters hun aandacht moeten verdelen over al die kinderen. Hij leert zich aanpassen, hij leert delen. En ik zie dat hij het veel makkelijker vindt om te spelen met kinderen die gewoon al in de buurt zijn dan dat hij bij ze aan moet bellen. Die drempel is erg hoog voor hem. En hoe je het ook wendt of keert: soms kan het gewoon niet anders. Uiteindelijk zie ik toch weer wat ik altijd zag: ondanks de energie die de opvang hem kost en de overgang naar weer een nieuwe middagbesteding vindt hij het er ook weer erg leuk.

Het enige waar wij voor moeten zorgen is dat de balans tussen beiden goed is en dat we onze kinderen leren deze ook aan te voelen. En waar die balans dan precies ligt, dat verschilt van kind tot kind, van mens tot mens. Want ook ik vind het heerlijk om na een dag werken lekker achterover te leunen met een kopje thee. Maar…toen ik dit iedere dag kon doen was dit bepaald niet ontspannend voor mij. Verveling en onderprikkeling zijn niet prettig, dus ik ging steeds maar weer op zoek naar nieuwe dingen om te doen. Het is fijn om af en toe in een omgeving te zijn waar van je wordt verwacht dat je gaat presteren, waar sociale interactie is, waar je kunt groeien en uit je comfort zone kunt stappen. Om daarna weer heerlijk te genieten van een ontspannen avondje niks. Dat is voor kinderen net zo als bij volwassenen en het is goed dat ze hier op jonge leeftijd goed mee om leren gaan. Prediker wist het al: er is een tijd voor alles, en juist die afwisseling maakt het goed.

Plaats een reactie