Regels of relatie?

OwJ2iouFTl2nc5E9YvtPgQSinds ik tot het geloof ben gekomen is het eigenlijk zo dat ik aan veel dingen waarvan ik vroeger dacht: “Oh dat mag dus niet meer als je christen ben” helemaal geen behoefte meer heb. Zo werkt het dus als de Heilige Geest in je komt wonen, maar dat wist ik toen nog niet. Maar wat ik ook niet wist was dat het helemaal niet gaat om dingen wel of niet ‘mogen’.

Want in het christendom is het helemaal niet de bedoeling dat we regeltjes volgen zodat we in de hemel komen. Dit is wel iets wat ik vroeger heb geleerd in de katholieke omgeving waar ik opgroeide, maar het is niet waar. Ja, er is een wet en Jezus heeft gezegd dat hij deze wet komt vervullen, niet afschaffen (Mattheus 5:17). Natuurlijk staan er dingen in de Bijbel waarvan het niet goed is om ze te doen of dingen die we juist wel moeten doen, maar het is geen voorwaarde om in de hemel te komen. Een christen bewerkstelligt niet zijn eigen redding. Het christendom is geen religie, maar het is de relatie met God die centraal staat. Door het offer van Jezus aan het kruis te aanvaarden worden wij gered. Doordat vervolgens de Heilige Geest in ons hart komt wonen, verandert deze ons hart zodanig, dat wij Jezus willen volgen. Wij willen dit omdat wij van Hem houden, en niet omdat dit moet. Wij zullen in dit aardse leven altijd blijven zondigen, maar hiermee verliezen we onze redding niet. Maar doordat onze relatie met God groeit verandert ons hart steeds meer en gaan wij steeds meer op Jezus lijken.

Er is een parallel met wat laatst in de kerk werd verteld. De dienst ging over hoe het is om God als vader te hebben. God is geen kille baas die wil dat je bang voor Hem bent, maar Hij is je vader. Wij zijn geen slaven die in angst leven. Daarvoor hebben wij de de Geest niet ontvangen. Nee, wij hebben de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn (Romeinen 8:15).

De parabel van de verloren zoon (Lucas 15:11-32) is een mooi en illustratief verhaal in deze context. De vader geeft zijn zoons alles wat hij heeft. Hij verdeelt zijn bezit onder zijn zoons, al zou het wereldse antwoord op de vraag van de jongste zoon heel anders zijn. De jongste zoon gaat de wereld in om te zondigen en het geld van zijn vader te verbrassen, net zoals wij vaak doen. Als zijn geld op is en een hongersnood uitbreekt komt hij tot inkeer. Hij moet weer terug naar zijn vader. Hij denkt dat hij het niet langer waard is om zijn zoon genoemd te worden en vraagt zijn vader om hem net zoals zijn dagloners te behandelen. Hij denkt dat hij de terugkeer naar zijn vader moet verdienen. Dit is inderdaad zoals de wereld denkt. Hij is een slaaf die in angst leeft. Maar zijn vader reageert heel anders. Zijn zoon is teruggekomen en hij geeft hem een warm onthaal. Er wordt feest gevierd en hij krijgt de mooiste kleding. Hij is zijn zoon, al heeft hij nog zo gezondigd. Hij is zijn kind, hij overlaadt hem met genade.
Maar ook de oudste zoon heeft de houding van een slaaf die in angst leeft. Hij wordt boos om de manier waarop zijn broer behandeld wordt. Hij heeft immers altijd hard gewerkt voor zijn vader, maar nog nooit zo’n feest gehad. Hij vindt dat hij dit meer verdiend heeft dan zijn broer. Hij denkt dat hij dit alles heeft moeten doen om zijn vaders erfenis te verdienen. Maar zijn vader zegt: “Mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou.” Het gaat niet om het feest, maar het gaat om de blijvende waarde van de relatie tussen de vader en de zoon.

Zo is het ook met ons en onze Vader in de Hemel. Wat wij ook doen, Hij houdt van ons. We kunnen Zijn genade niet verdienen met goede werken, Hij schenkt deze aan ons, omdat Hij van ons houdt. En als je dit aanvaardt, dan wil je vanzelf leven op de manier die Hij het beste vindt. Want Jezus heeft uitgelegd hoe de wet kan worden samengevat in de twee belangrijkste geboden: “Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand [en] heb uw naaste lief als uzelf” (Mattheus 22:37-39).OwJ2iouFTl2nc5E9YvtPgQ

Plaats een reactie