
Zo eens in de zoveel tijd loop ik tegen een weerbarstig kind aan op de zondagochtend. Zit hij net lekker tv te kijken en dan moeten we weer naar de kerk. Het zal niet de de eerste keer zijn dat ik zelf niet kan gaan omdat mijn kind hardnekkig weigert mee te gaan. Wat baal ik ervan als dit gebeurt! En als ik dan kijk naar al die gezellige kinderen in de kinderdiensten dan lijkt het net alsof ik de enige ben die moeite heeft zijn kind mee naar de kerk te krijgen. Of zouden er toch meer ouders zijn die met weigerachtige kinderen te dealen hebben?
Mijn kind is inmiddels oud genoeg om op zondagochtend een paar uurtjes alleen kunnen blijven. Maar dat vind ik niet goed. Naar de kerk gaan vind ik immers een belangrijke familieaangelegenheid die ook voor mijn kind heilzaam is. Al heb ik geen invloed op zijn persoonlijke geloofskeuze, ik geef hem op die manier wel een voorbeeld en ik wil hem leren rekening te houden met wat belangrijk is voor anderen, in dit geval voor mij. Ik ga immers ook voortdurend met hem mee naar speelparken en het zwembad, terwijl ik daar vaak helemaal geen zin in heb. Vanuit christelijk oogpunt is dit natuurlijk appels met peren vergelijken, maar voor hem en voor de wereld maakt deze vergelijking wel het een en ander duidelijk.
Nu hoor ik geregeld – vanuit seculiere hoek – dat het niet goed is om kinderen het geloof op te dringen. Dat ze later zelf die keuze maar maken als ze dat zelf willen. Maar is dat zo? Dring ik mijn kind überhaupt iets op? En is wat ik doe anders dan wat anderen doen? Nou, dat denk ik niet. Ik ben namelijk niet de enige die iets gelooft. Want of je nu een ander geloof hebt aangenomen, of je denkt dat we helemaal niet kunnen weten of God wel of niet bestaat, of je denkt zeker te weten dat Hij helemaal niet bestaat, of dat Hij een marginaal plekje in je leven in kan nemen, of je adopteert een bepaalde levensovertuiging, of je gelooft dat Jezus Christus de Weg, de Waarheid en het Leven is, je gelooft dit echt. En dit geef je mee aan je kinderen, of je nu dat nu wil of niet. Je kunt je kind net zo goed de overtuiging meegeven dat het allemaal niet zoveel uitmaakt. En dan maakt je kind uiteindelijk zelf de keuze om jouw overtuiging over te nemen of een andere weg in te slaan.
En dus neem ik mijn kind mee naar de kerk, omdat ik mijn kind iets wil leren wat heel belangrijk voor mij is en waarvan ik daarom dus ook geloof dat het belangrijk voor hem is, net als iedere ouder dit doet. En ik geef mijn kind het voorbeeld dat er iets is wat belangrijk genoeg ik voor mij om mij er mee bezig te houden, niet anders dan dat mijn kind er ook getuige van is dat ik bid voor het eten, of hij hier nu aan meedoet of niet. Daar is geen spoortje dwang bij. Want ik neem hem mee, ik dwing hem niet te geloven wat ik geloof. Al zou ik dat proberen, dat heeft toch niet veel zin. Alleen God kan in zijn hart werken en hem laten zien wie Jezus is. En daar bid ik ook veelvuldig voor. Maar die vrije wil, daar kan ik niet aan tornen en dat zal ik ook niet proberen. Want deze is hem door God gegeven.