
Onlangs heb ik een boek gelezen, genaamd Het gat in ons evangelie van Richard Stearns[1], de directeur van World Vision. Het boek beschrijft hoe wij het evangelie zelf wel hebben aangenomen en aan onze eigen relatie met God werken, maar dat we vaak vergeten dat het evangelie ook goed nieuws is voor de armen en dat we vaak vergeten hoeveel oproepen de Bijbel bevat om hier iets aan te doen. In de Rechte Bijbel[2] zijn alle passages die betrekking hebben op recht en onrecht oranje gemarkeerd, zodat deze oproep des te meer opvalt. Steeds als ik een dergelijk boek lees begint de waakvlam in mijn hart weer te gloeien van gerechtvaardigde boosheid om alle onrecht op de wereld.
Dezelfde ervaring had ik afgelopen zomer toen ik de Vrij Zijn Zomerweek bezocht. Ik bezocht een bijeenkomst van International Justice Mission, waar een verhaal verteld werd over Fort Elmina[3] langs de Goudkust in Ghana. In Fort Elmina werden slaven vastgehouden en, zo werd verteld, zij verbleven er in een kelder zonder ramen maar enkel een luchtgat. Vlakbij was een kerk en als de bezoekers de kerk binnen gingen liepen ze over een pad waar het luchtgat zich bevond. Niemand keek in het luchtgat. Als de dominee tijdens de dienst merkte dat het hulpgeroep van de slaven boven hun gezang uitkwam, riep de dominee het koor op om harder te zingen, zodat men de slaven niet hoorde roepen. Niemand deed iets in die tijd en wij, het publiek, werden opgeroepen om in 2019 alsnog bij het luchtgat te komen staan om de noodkreten te horen en hardop de woorden uit Jesaja 58 te proclameren. Ik had al een hele tijd niet meer meegemaakt hoeveel een dienst losmaakte bij het publiek, maar bij deze dienst gebeurde het wel.
Het zijn dit soort verhalen die mij eraan herinneren waarom ik tot geloof ben gekomen. Ik werd altijd al boos van het onrecht dat zoveel mensen op de wereld wordt aangedaan en toen ik de Bergrede las wist ik Wie deze boosheid in mijn hart had gelegd en wist ik meteen dat ik Jezus wilde volgen. Het is zo waar wat Hij hier zegt. Maar tegelijkertijd besef ik hoezeer ik er steeds maar weer aan herinnerd moet worden om daadwerkelijk iets te doen aan armoede, slavernij, uitbuiting, onrecht tegen vluchtelingen, huiselijk geweld, verwaarlozing van kinderen, of wat dan ook. Steeds weer verandert de steekvlam in mijn hart in een klein waakvlammetje. Steeds weer loop ik het gevaar in slaap gesust te worden door alle comfort in mijn leven, waar ik behoorlijk verslaafd aan ben geraakt. En ook steeds weer word ik afgeleid door de dagelijkse beslommeringen in mijn leven. Jezus waarschuwt ons hier voor in de parabel van de zaaier (Mattheüs 13:7 en 22) en ik ben van plan deze waarschuwing serieus te nemen.
Daarom zal ik mij steeds weer uitspreken tegen onrecht en doen wat ik kan om armoede te verminderen en ik wil jou uitdagen om hetzelfde te doen. We kunnen niet alle wereldproblematiek oplossen, maar dat is geen excuus om niks te doen. Als ieder zijn deel doet kunnen we samen heel wat teweeg brengen, zoals blijkt uit vele voorbeelden uit het boek van Stearns. Als we geld geven lopen we het risico dat het geld in verkeerde handen valt, dat er misbruik van ons wordt gemaakt of dat we dweilen met de kraan open. Zou kunnen, maar dat ontslaat ons niet van de plicht om toch te geven. Er zijn genoeg manieren om te onderzoeken of ons geld goed besteed wordt. Wij kunnen nooit meer doen of geven als God kan, maar Hij vraagt ons wat we wel hebben, en Hij vermenigvuldigt dit. De Bijbel geeft hier vele voorbeelden van. Lees maar het verhaal van de weduwe in Zarfat (1 Koningen 17:10-16), de parabel van de talenten (Mattheüs 25:14-30) of het verhaal waar Jezus minstens 5.000 mensen voedde van slechts vijf broden en twee vissen (Johannes 6:1-14). Ik heb anderen en vooral Jezus nodig om steeds weer uit mijn comfortabele leven te stappen en de waakvlam in mijn hart te laten branden, dus help mij steeds weer herinneren aan wat er nog allemaal gedaan moet worden.
[1]Richard Stearns, Het gat in ons evangelie, Uitgeverij Gideon, Hoornaar 2011
[2]Een uitgave van het Nederlands Bijbelgenootschap, Haarlem 2018, in samenwerking met de EO, IJM, Kerk in Actie, Micha en Tear, in de vertaling Bijbel in Gewone Taal
[3]Ofwel São Jorge da Mina, zoals de Portugezen het fort noemden toen ze het bouwden in 1482