Gerechtvaardigde boosheid
Boosheid is één van de menselijke basisemoties. Op zich is hier niets mis mee. Boos worden is geen zonde volgens de Bijbel. Wel kan boosheid tot zonde leiden als we er niet op de juiste manier mee omgaan. Ook God en Jezus werden wel eens boos. Lees bijvoorbeeld maar over de toorn van God in Nahum 1, of het welbekende verhaal van Jezus in Lucas 19:45-46, waar hij de handelaars in de tempel wegjaagt met de woorden “jullie hebben er een rovershol van gemaakt”. We noemen dit gerechtvaardigde boosheid. God reageert op zonde met boosheid, omdat Hij deze zonde niet kan verdragen. Jezus werd boos vanwege zonde en ongerechtigheid[1].
Ongerechtvaardigde boosheid

Ook wij mogen dus boos worden vanwege zonde en ongerechtigheid waarmee we geconfronteerd worden. Als je Jezus volgt word je boos op zonde. Het probleem van ons mensen is echter dat wij vaak boos worden om de verkeerde dingen. We worden boos omdat we gekwetst, teleurgesteld of vernederd worden. Boosheid wordt door de wereld gezien als assertief en krachtig, in tegenstelling tot angst en verdriet, wat door de wereld als zwak wordt gezien. In de Bijbel is echter geen grondslag te vinden voor deze houding. Jezus werd voortdurend slecht behandeld door anderen, maar Hij werd niet boos omdat Hij vond dat hij recht had op een betere behandeling. Hij werd enkel boos op de zonden van deze mensen. Toen Hij door omstanders werd vernederd, terwijl Hij vreselijke pijnen leed aan het kruis, werd hij niet boos maar bad Hij: “Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.” (Lucas 23:34)
Bovendien zondigen wij mensen nogal snel als we boos zijn. We gaan dan bijvoorbeeld wraak nemen op de ander, schelden en schreeuwen tegen de ander, weigeren te vergeven, betalen de ander met gelijke munt terug, en boosheid kan uiteindelijk zelfs leiden tot moord. De wereld klapt voor je als je degene die je gekwetst heeft eens goed terugpakt en noemt je zwak als je niets doet, maar dit is dus precies het tegenovergestelde van wat Jezus ons leert.
Efeziërs 4:25-32 leert ons: “Leg daarom de leugen af en spreek de waarheid tegen elkaar, want wij zijn elkaars ledematen. Als u boos wordt, zondig dan niet: laat de zon niet ondergaan over uw boosheid, geef de duivel geen kans. Laat wie steelt niet meer stelen, maar eerlijk de kost verdienen door zelf hard te werken om iets weg te kunnen geven aan wie het nodig heeft. Laat geen vuile taal over uw lippen komen, maar alleen goede en waar nodig opbouwende woorden, die goeddoen aan wie ze hoort. Maak Gods heilige Geest niet bedroefd, want hij is het stempel waarmee u gemerkt bent voor de dag van de verlossing. Laat alle wrok en drift en boosheid varen, alle geschreeuw en gevloek, en alle kwaadaardigheid. Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft.”
Hoe moeten we omgaan met boosheid?
Het is dus de bedoeling om snel met onze boosheid af te rekenen. Hoe langer boosheid blijft hangen, des te eerder wij gaan zondigen. Boosheid geeft ons kracht om af te rekenen met de zonde, maar het is verkeerd om deze af te reageren op mensen. Als we te lang in onze boosheid blijven hangen gaan we wrok koesteren of wordt onze boosheid buitenproportioneel. Waar je veel aandacht aan besteedt, groeit. Dit geldt ook voor boosheid.
Als je snel boos wordt op anderen en vaak om de verkeerde redenen, dan kan het zijn dat je een woedeprobleem hebt. En ongerechtvaardigde boosheid is de wortel van moord (1 Johannes 3:15). Het is dus goed om even afstand te nemen en te kalmeren als je boos wordt. Spreuken 12:16 zegt hierover: “Een dwaas toont onmiddellijk zijn woede, wie verstandig is, zwijgt als hij beledigd wordt.” Leviticus 19:17-18 roept ons op om de persoon op wie we boos zijn wel ter verantwoording te roepen, maar om niet haatdragend te worden of wrok te koesteren. De gedachte hierachter is dat mensen niet blijven rondlopen met verborgen haatgevoelens die gaan voortwoekeren, maar dat zij de persoon met wie zij een probleem hebben meteen confronteren en aanspreken, zodat het probleem ook meteen uit de lucht is[2]. En geheel naar Jezus’ opdracht vergeven wij de ander.
Een Bijbelse manier om met onze boosheid om te gaan zou dan kunnen zijn:
1) Uit de situatie stappen en kalmeren
2) In gebed gaan en op een rijtje zetten waar je precies boos over bent
3) De ander rustig vertellen waar je boos over bent
4) De ander vergeven
5) Samen naar een oplossing zoeken
Op deze manier vermijden we dat we in zonde vervallen door impulsief te reageren of door juist onze gevoelens op te kroppen, waardoor deze gaat woekeren. Het is daarom altijd van belang om even stil te staan bij wat er achter onze boosheid zit, dit naar God toe te brengen in gebed en de Heilige Geest te vragen je duidelijk te maken wat zich precies in je hart afspeelt.
[1] N. Gumbel, De uitdaging van een christelijke levensstijl, Uitgeverij Gideon, Hoornaar 6e druk 2013, p. 54
[2] Studiebijbel Online, via www.studiebijbel.nl, commentaar bij deze tekst